Miljoenennota: Gevolgen voor Arbeid

Het kabinet verlaagt de lasten op arbeid met 5 miljard euro structureel. Deze lastenverlichting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De lasten van werkenden worden verlicht. Een forse intensivering van de arbeidskorting voor inkomens tot ongeveer € 50.000 met maximaal € 700 euro. Door de verhoging van de arbeidskorting hoeven werkenden minder belasting over hun loon te betalen.
  • De algemene heffingskorting voor hogere inkomens wordt afgebouwd. Dit is een korting op de belasting en premies die een werknemer moet betalen.
  • Een verlaging van de tarieven in de tweede en derde belastingschijf met circa 2 procent.

Daarnaast zijn de inkomensdrempels per inkomensschijf aangepast:

Tarieven box 1 (werk en woning) in 2015 AOW-leeftijd nog niet bereikt:

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 19.822 36,5%
2 Vanaf € 19.823 t/m € 33.589 42%
3 Vanaf € 33.590 t/m € 57.585 42%
4 Vanaf € 57.586 en hoger 52%

Tarieven box 1 (werk en woning) in 2016 AOW-leeftijd nog niet bereikt:

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 19.922 36,55%
2 Vanaf € 19.922 t/m € 34.027 40,15%
3 Vanaf € 34.027 t/m € 66.421 40,15%
4 Vanaf € 66.421 en hoger 52%
  • Een verhoging van het aangrijpingspunt van het toptarief. Hierdoor gaan mensen vanaf een belastbaar inkomen van ruim € 66.421 het tarief van 52 procent betalen. Hiermee wordt het aangrijpingspunt van het toptarief meer vergelijkbaar met wat in andere landen gebruikelijk is.
  • Een lage-inkomensvoordeel (LIV) om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken mensen met lage inkomens aan te nemen
  • AOW’ers krijgen eenmalig meer ouderenkorting. Nu gelden afhankelijk van het inkomen nog kortingen van € 1.042 euro en € 152 euro. Daar komt ruim € 140 bij op. Ze hoeven dus minder inkomstenbelasting te betalen.