Vermogensbelasting in strijd met Europees recht

17 feb 2016 Bron: Rijksoverheid en Rechtspraak.nl

De vermogensrendementsheffing in Nederland is in strijd met Europees recht en kan leiden tot oneigenlijke ontneming, ofwel diefstal. Mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, betalen hetzelfde percentage belasting. Dat leidt tot willekeur, schrijft advocaat-generaal René Niessen in een advies aan de Hoge Raad.

Oneigenlijke ontneming
De vermogensrendementsheffing in box 3 is in strijd met het recht van eigendom (art. 1 van het Eerste Protocol EVRM). Dat schrijft advocaat-generaal Niessen in een advies aan de Hoge Raad. Mensen die zeer verschillende resultaten behalen op hun vermogen, betalen hetzelfde percentage belasting. De wetgever gaat ervan uit dat iedereen gemiddeld over een aantal jaren een rendement van 4% kan behalen. Een deel van dit fictieve rendement, namelijk 1,2%, moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. Dat leidt tot willekeur, aldus de advocaat-generaal. Wanneer dit vaste percentage belasting niet kan worden betaald uit de opbrengst van het vermogen, is er sprake van een oneigenlijke ontneming.

Maatschappelijke onrust
Deze regeling is aan het einde van de jaren negentig gemaakt na een lange periode van grote economische voorspoed. Maar volgens de advocaat-generaal kan met de kennis van nu niet meer worden uitgegaan van een dergelijk rendement. Maatschappelijk, zo stelt hij vast, is over deze belasting na 2011 steeds meer onrust en onvrede ontstaan.

Belastingwetgeving op individuele draagkracht
De advocaat-generaal wijst er op dat de moderne belastingwetgeving is gebaseerd op individuele draagkracht. Een heffing die uitgaat van een fictief gemiddelde is daarmee in tegenspraak. Ook zijn belastingplichtigen volgens hem vrij om hun financiën zelf in te richten en zouden zij daarom niet moeten worden belast op basis van een opbrengt die zij volgens de wetgever hadden kunnen halen.

Binnen de beoordelingsmarge
Het ministerie van Financiën kan zich niet vinden in het standpunt van de advocaat-generaal. Het ministerie is van mening dat de vermogensrendementsheffing in box 3 binnen de ruime beoordelingsmarge valt die de wetgever toekomt.

Op termijn heffing daadwerkelijk genoten rendement
Het is het kabinet ook opgevallen dat er veel maatschappelijke en politieke discussie is ontstaan over de vermogensrendementsheffing. Daarom heeft het kabinet de ambitie uitgesproken om op termijn te komen tot een heffing over het daadwerkelijk genoten rendement. Dat willen ze wel zorgvuldig voorbereiden omdat ze niet zulke goede ervaring hebben met haastig vormgegeven en moeilijk uitvoerbare wetgeving. Rondom Prinsjesdag rapporteert het kabinet de voortgang op dit terrein.

 

bron; https://www.elseviernextens.nl/nieuws/vermogensbelasting-in-strijd-met-europees-recht/